Buitenland

De NAVO verhuist: van lekke betonzooi naar beetje Star Wars

„Drip, drip, drip”. Rose Gottemoeller, de Amerikaanse vice-secretaris-generaal van de NAVO, doet het geluid na van de lekkage onlangs in haar kantoor. „Het werd hoog tijd om hier te vertrekken.”

Gottemoeller is de ‘nummer 2’ van de militaire alliantie. Ze had de afgelopen jaren de leiding over de verhuizing van het oude, versleten NAVO-gebouw aan de Brusselse Léopold III Laan naar de overkant van de weg, waar het nieuwe hoofdkwartier verrees.


Lees meer over de transatlantische verhoudingen op de NAVO-top: Europa wantrouwt Trump, maar kan niet zonder hem

De laatste felle Brusselse regenbuien, in februari dit jaar, werden haar bijna fataal. „Ik moest de laserprinters en andere elektronica snel opzij schuiven, anders werd ik nog geëlektrocuteerd.”

Gottemoeller was gewend te onderhandelen over ingewikkelde diplomatieke dossiers zoals nucleaire wapenbeheersing. Plots kreeg ze „een immens bouwproject” in haar schoot geworpen.

Reusachtige ribbenkast

Ruim 1 miljard euro kostte het nieuwe hoofdkwartier dat woensdag en donderdag het toneel is van de NAVO-top. Van bovenaf gezien is het een reusachtige ribbenkast. Vier vleugels, ‘ribben’, rechts. Vier links. En in het midden houdt een tientallen meters hoge centrale gang als een borstbeen de constructie bij elkaar. Het is „een beetje Star Wars”, zegt Bogdan Lazaroae, die namens de NAVO de eerste gezelschappen rondleidt.

Staal en heel veel glas: het complex moet transparantie uitstralen. Het contrast met de oude behuizing is groot. Daar werd in 1967 de NAVO ondergebracht in een rommelig gebouwencomplex. De alliantie zetelde na oprichting in 1949, na een kort Londens verblijf, van 1952 tot 1967 in Parijs. Het bleek al bij aanvang een ongelukkige locatie: de Fransen klaagden over hun ‘inferieure’ positie tegenover de dominante NAVO-landen Amerika en het Verenigd Koninkrijk. Het liep in 1966 uit op een militaire uittrede van Frankrijk dat alleen nog ‘politiek’ lid bleef van de NAVO. Parijs als hoofdzetel was onhoudbaar geworden. In allerijl werd een verhuizing georganiseerd naar Brussel.

Een „Vlaamse koterij” is nog de mildste omschrijving onder NAVO-diplomaten die er al die jaren werkten. Zoals Vlamingen tegen hun huis kot na kot plakken, waaierde het NAVO-complex uit. De ene prefabkubus tegen de ander.

„Trek je Mart Smeets-trui maar snel aan, zeiden we tegen elkaar”

In het trappenhuis naar de Nederlandse NAVO-delegatie zat al jaren betonrot. „Op mijn eerste werkdag dacht ik: dit lijkt wel het in puin geschoten Grozny, net na de Tsjetsjeense oorlog”, memoreert een diplomaat. Tijdens winterse dagen was het afzien. „Trek je Mart Smeets-trui maar snel aan, zeiden we tegen elkaar.”

Op spionagegebied was het gebouw zo lek als een mandje, volgens de Belgische journalist Kristof Clerix, schrijver van het boek Spionage – Doelwit Brussel. Daarin beschrijft hij de avonturen in het oude gebouw van Rainer Rupp, een West-Duitse NAVO-werknemer die in het geheim werkte voor de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. „Voor de Oost-Duitsers was seks een belangrijk wapen”, zegt Clerix. „De Stasi stuurde ‘romeo’s’ om de harten te stelen van alleenstaande NAVO-secretaresses van wie ze geheime dossiers kregen.”

Luister ook naar deze podcast van correspondent Tijn Sadée die hij eerder opnam bij het oude NAVO-gebouw:

Kristof Clerix: Seks was het wapen van de Oost-Duitsers