Economie

‘100 grootste bedrijven goed voor 80 procent klimaatkosten’

De aanleiding

„Het gaat ons om de strijd tegen het ongeremde kapitaal”, zei SP-voorzitter Ron Meyer begin juni in een interview in NRC, als hij spreekt over hoe zijn partij tegen duurzaamheid aankijkt. Meyer ontkent in het gesprek de noodzaak van duurzame energie niet, maar hij hekelt de ‘eco-elite’ die zich niet realiseert dat de klimaatkosten vooral bij de armsten terecht komt. Dat is volgens hem oneerlijk, want zij zijn niet de grootste producenten van broeikasgassen. Meyer: „De honderd grootste bedrijven in ons land veroorzaken 80 procent van de klimaatkosten.”

Waar is het op gebaseerd?

Vergezeld van een vurig pleidooi voor ‘klimaatrechtvaardigheid’ appt Meyer de bronnen waarop hij zijn stelling baseert.

Hij past de stelling wel meteen aan: het gaat om de honderd grootste bedrijven wereldwijd, niet in ons land. De eerste bron die hij stuurt is van het Britse Carbon Disclosure Project (CDP), dat bedrijven aanmoedigt hun broeikasgasuitstoot te publiceren. Het CDP heeft in 2017 voor het eerst de Carbon Majors Database gepubliceerd. Voor Nederland heeft hij cijfers uit een berekening van het Centraal Bureau voor de Statistiek.

En, klopt het?

Omdat duidelijke definities ontbreken, stellen we ‘het uitstoten van CO2’ hier gelijk aan ‘het veroorzaken van klimaatkosten’ voor het halen van de Parijsdoelstellingen.

Het Carbon Majors-project houdt op basis van openbare gegevens, zoals jaarverslagen, bij hoeveel CO2 en methaan grote bedrijven wereldwijd sinds 1988 hebben uitgestoten – direct in de productie of indirect als product dat anderen gebruiken. 1988 is het jaar dat het klimaatpanel IPCC vaststelde dat de mens eigenhandig het klimaat aan het veranderen was.

Uit de database blijkt dat slechts enkele tientallen grote bedrijven de toekomst van het klimaat bepalen – niet ‘groot’ in de zin van omzet of personeelsbestand, maar in de zin van CO2-uitstoot.

De verdeling is totaal scheef: de helft van alle wereldwijd uitgestoten industriële broeikasgassen komt van 25 bedrijven. De honderd grootste uitstoters zijn goed voor bijna 71 procent van de totale broeikasgasuitstoot. In die top-100 staan vooral olie- en gasmaatschappijen en mijnbouwbedrijven. De Chinese staatsmijnen zijn verantwoordelijk voor ruim 14 procent van alle extra uitgestoten CO2 in de atmosfeer sinds 1988. Shell staat op plek 7 met 1,7 procent.

Nu naar Nederland. Meyer had het over de grootste bedrijven in ‘ons land’ die 80 procent van de klimaatkosten veroorzaken, maar daar gaan de CBS-cijfers niet over. Die laten zien dat het bedrijfsleven begin 2018 goed was voor 78 procent van de totale uitstoot van CO 2. Huishoudens produceerden 22 procent.

De cijfers zijn lastig aan elkaar te koppelen. Die huishoudens maken gebruik van producten (steenkool, gas) die het Carbon Majors-project als ‘industrieel’ telt. In Nederland is de industriële uitstoot in ieder geval ook scheef verdeeld. Wie de uitstootcijfers van de Nederlandse Emissieautoriteit over 2017 pakt, en daarvan de bovenste honderd fabrieken en installaties neemt, ziet dat die samen goed zijn voor minstens 93 procent van de uitstoot.


Lees ook de column van Marike Stellinga: Red het klimaat, begin niet bij burgers

Conclusie

De uitspraak van Meyer neemt, onterecht, een paar dingen samen: de cijfers van de grootste uitstoters zijn internationaal, terwijl de nationale cijfers die hij stuurt over het hele bedrijfsleven gaan. ‘Groot’ moet bovendien gelezen worden als ‘groot in uitstoot’.

Maar toch: ook in Nederland wordt de bulk van het broeikasgas geproduceerd door een beperkt aantal bedrijven. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels waar.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail [email protected] of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt