Politiek

Van ‘backpay’ naar ‘collectieve erkenning’. Maar van wat?

Is dat echt nou de beste methode om een subsidie te verdelen: wie het eerst komt, die het eerst maalt? De vraagstelster weet zelf het antwoord: „Ik voel me zo niet erkend, en collectieve erkenning daar was dit toch om begonnen?” Het wordt steeds warmer in het zaaltje van de Indische Pleisterplaats in Den Haag. Ambtenaren van het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Sport (WVS) leggen donderdagmiddag uit aan een bont geschakeerd gezelschap van vertegenwoordigers van allerlei organisaties die zich op een of andere manier bezighouden met de vaak emotionele nalatenschap van de kolonie Nederlands-Indië, hoe de verdeling van een ‘flexibele’ subsidie voor de collectieve erkenning van de Indische kwestie in zijn werk gaat. Kort gezegd gaat het om een pot van telkens vijfhonderdduizend euro die dit jaar en in 2019 en 2020 beschikbaar is voor niet op winst gerichte rechtspersonen die projecten willen doen ter bevordering van collectieve erkenning van Indisch en Moluks Nederland. Subsidieaanvragen mogen vanaf 2 juni een maand lang worden ingediend. Maar voor veel aanwezigen is de regeling wel erg vaag.

„Mag ik als vertegenwoordiger van blanke, pardon, witte jongetjes die in Jappenkampen zaten ook meedoen?” vraagt een oudere man. Ja, dat mag, zegt de ambtenaar, want er zijn geen toelatingscriteria.

Lees ook: Indische doden horen bij verleden dat nog lang niet voorbij is.