Buitenland

Terugtredende ECB maakt het schuldenland Italië moeilijker

Net nu blijkt hoe wankel het derde land van de eurozone is, lijkt de grote brandblusser van de muntunie, de Europese Centrale Bank, pas op de plaats te gaan maken.

De onrust op de financiële markten over Italië is nog niet weg. Dat zie je aan de zogeheten spread, de extra rente die Italië betaalt op zijn staatsschuld bovenop het Duitse tarief. Die ligt nu op zo’n 2,3 procentpunt, ongeveer een procentpunt hoger dan voordat populistische partijen in Rome een regeerakkoord sloten.

Maar op hulp van de ECB lijken de Vijfsterrenbeweging en Lega Nord niet te kunnen rekenen. Deze donderdag houdt het bestuur van de centrale bank een belangrijke vergadering. De ECB-hoofdeconoom, de Belg Peter Praet, zinspeelde afgelopen week in een toespraak in Berlijn op afbouw van het grootse opkoopprogramma van staats- en bedrijfsleningen van de ECB. Hij zei dat het inflatiedoel van de bank, van vlak onder de 2 procent, nu in zicht is. Dat kan betekenen dat de ECB-opkopen van nu nog 30 miljard euro per maand na september worden teruggeschroefd naar nul.

De ECB koopt schuld om haar inflatiedoel voor de hele eurozone te halen – en dus niet om Italië of andere zwakkere landen te helpen. De centrale bank koopt leningen van alle eurolanden (behalve Griekenland, waar het krediet te slecht van kwaliteit is). Tot nu toe heeft de ECB zo’n 2.000 miljard euro aan staatsleningen gekocht, waarvan 345 miljard uit Italië, naar rato van de Italiaanse economie.


En toch kan afbouw van het opkoopprogramma vooral de Italianen gaan raken. Als geen ander land gaat Italië gebukt onder schulden. Met het opkoopbeleid, dat de rentes op staatsschuld drukt, maakt de ECB de kosten van de schuld draaglijker.

Nóg wel. Ruim 2.200 miljard euro bedraagt de staatschuld van Italië, de op twee na grootste schuld ter wereld na die van de Verenigde Staten en Japan. Zo’n schuld is duur. Zonder rentebetalingen heeft Italië een overschot op de begroting, maar de rentelasten zorgen voor een begrotingstekort (2,3 procent in 2017, tijdens de eurocrisis fors hoger). Vijfsterren en Lega flirten sinds ze aan de macht zijn niet meer met euro-uittreding, maar willen nog wel meer geld gaan uitgeven. Dat betekent: een hoger begrotingstekort en meer twijfels over houdbaarheid van de staatsschuld.

De ECB drukt niet alleen de rentes – ook de Nederlandse staat profiteert daarvan – maar ook de spreads, zo bleek in 2016 uit onderzoek van de Nationale Bank van België en in 2017 uit een studie van de ECB zelf. Met andere woorden: landen die veel extra rente betalen ten opzichte van Duitsland, zoals Italië, hebben er het meeste baat bij.

Nout Wellink, de oud-president van De Nederlandsche Bank, zei onlangs dat de ECB-opkopen, die in maart 2015 begonnen, stiekem wél bedoeld waren om Italië te helpen. De ECB, geleid door de Italiaan Draghi, begon met opkopen „precies op het moment dat Italië grote aflossingsverplichtingen had”, aldus Wellink volgens Het Financieele Dagblad. Dat is een pittige beschuldiging, waarvoor bewijs ontbreekt. Ook andere centrale banken, zoals de Amerikaanse Fed, kochten staatsleningen.

Ook in Italië zelf leeft het idee dat de ECB met de opkopen politiek bedrijft. In mei kocht ‘Frankfurt’ ietsje minder Italiaans schuldpapier dan gebruikelijk, en relatief iets meer Duits papier. Door politici uit het regeringskamp werd dat uitgelegd als politiek signaal: de ECB zou de nieuwe coalitie in Rome een waarschuwing willen geven. De ECB ontkende dit stellig.

Intussen moet Italië al wennen aan de realiteit van hogere rentelasten. Op nieuw uitgegeven leningen moest de Italiaanse staat de afgelopen twee weken al meer rente betalen aan beleggers dan voorheen. Beleggers weten: de combinatie van een avontuurlijke Italiaanse regering met een minder actieve ECB betekent een hoger risico.

Lees ook: Bankencrisis in Italië is nu een reëel risico