Buitenland

‘Seriewethouder’ weet hoe ’t moet

Berry van Rijswijk zou er in 2014 écht mee uitscheiden. Vanaf 1998 was hij haast onafgebroken wethouder geweest voor GroenLinks, eerst in Sittard, later in de nieuwe gemeente Sittard-Geleen. Hij wilde wel eens wat anders, zat onder meer in de raad van toezicht van een woningbouwvereniging. Maar toen hij eind 2015 gebeld werd of hij in het nabijgelegen Meerssen tijdelijk wilde invallen voor de lokale partij Focus, zei hij toch meteen ja.

„En toen begon ik het openbaar bestuur weer helemaal leuk te vinden”, zegt Van Rijswijk nu. „En ik dacht: als ik het dan toch ga doen, dan het liefst in mijn eigen gemeente.” Sinds vorige maand is hij als wethouder terug in Sittard-Geleen, ditmaal voor lokale partij GOB.

Collegevorming

NRC volgt de collegeonderhandelingen in alle 335 gemeenten waar dit jaar verkiezingen waren. Meer dan honderd redacteuren inventariseren elke week de stand van zaken. Voor dit artikel was dat op 11 en 12 juni.

In de colleges die de afgelopen periode zijn aangetreden, duiken ze overal op: ervaren wethouders, die in andere gemeenten al eerder in een college zaten. Hoeveel van zulke ‘seriewethouders’ er precies zijn, kan de Wethoudersvereniging niet zeggen. Maar gemiddeld ligt hun aandeel rond de 5 procent, zegt plaatsvervangend directeur Jeroen van Gool. En hoewel dat percentage lang stabiel was, lijkt het nu licht te stijgen.

Dat kan te maken hebben met de toegenomen werklast van wethouders, die steeds grotere gemeenten besturen en verantwoordelijk werden voor onder meer de jeugdzorg. „Vroeger kon je nog wel wethouder worden als je tien jaar foldertjes had uitgedeeld”, zegt Van Rijswijk. „Maar het gaat tegenwoordig om zoveel geld en er is zo’n hoog afbreukrisico. Dan is het belangrijk dat er mensen zitten die weten hoe het werkt.”

Lees ook: Nog altijd zijn zeven op de tien wethouders mannen