Politiek

Referendum toch weer op tafel

Met de democratie in het algemeen is niks mis, maar niet alle burgers voelen zich goed vertegenwoordigd door het parlement en dat moet worden opgelost. Dat concludeerde de staatscommissie parlementair stelsel donderdag in een tussenrapport. De commissie, onder leiding van oud-minister Johan Remkes (VVD), stelt een reeks hervormingen voor, zoals de invoering van een bindend referendum, een gekozen formateur en de mogelijkheid om wetten te toetsen aan de grondwet.

De commissie, die van het vorige kabinet de opdracht kreeg de werking van de democratie te onderzoeken, ziet dat sommige groepen burgers zich niet goed vertegenwoordigd voelen. Veel politici zijn hoogopgeleid en denken anders dan laagopgeleiden over onderwerpen als de EU en migratie. Het referendum is voor die onvrede een oplossing, vindt Remkes.

Het pleidooi voor het referendum is opmerkelijk omdat het kabinet-Rutte III juist bezig is dat af te schaffen. De staatscommissie adviseert wel een bindend referendum. Daarbij is de politiek, in tegenstelling tot bij de huidige, raadgevende variant, verplicht de uitslag over te nemen.

Remkes ziet het referendum als „een uiterst middel” waarbij de kiezer het parlement kan terugfluiten, alleen in te zetten bij „zwaarwegende” onderwerpen als grondwetswijzigingen en medisch-ethische kwesties. Nu kan over elk wetsvoorstel een referendum worden aangevraagd.

Sommigen op het Binnenhof hadden donderdag een déjà-vu: de meeste aanbevelingen werden sinds de jaren zestig al door diverse staatscommissies voorgesteld. Steeds haalden die het niet, waardoor er nooit iets wezenlijks veranderde aan het stelsel.

Het kabinet is ook nu niet verplicht om de aanbevelingen van de staatscommissie, die in december met een eindrapport komt, over te nemen. De kans dat Rutte III voor een bindend referendum kiest, is nihil. Drie van de vier coalitiepartijen, VVD, CDA en ChristenUnie, zijn tegen. Alleen D66 is voor. Makkelijk in te voeren is het referendum niet: er is een grondwetswijziging nodig.

De commissie heeft unaniem geoordeeld dat het bindend referendum beter is dan het raadgevende, dat „onduidelijkheid bij de bevolking kan geven” als de politiek de uitslag niet overneemt. Een welkome conclusie voor minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66), die afschaffing van het raadgevend referendum steeds zo heeft verdedigd.

Gekozen formateur

De staatscommissie stelt ook voor om een formateur te laten kiezen. Dat moet de invloed van de kiezer op de coalitievorming vergroten. In dat geval zou de kiezer bij de Tweede Kamerverkiezingen op een partij én op een formateur moeten stemmen. De formateur wordt in principe premier. Verder onderzoekt de commissie-Remkes het verlagen van de ‘voorkeursdrempel’, zodat individuele kandidaten minder voorkeursstemmen nodig hebben.

De huidige staatscommissie ontstond een paar jaar geleden vanuit een idee van de VVD-senaatsfractie om de Eerste Kamer kritisch tegen het licht te houden. Maar de commissie „stelt de waarde van de Eerste Kamer niet ter discussie”, zei Remkes. Het voorstel om de Raad van State of een Constitutioneel Hof wetten te laten toetsen aan de Grondwet kan wel bedreigend zijn voor de senaat, omdat die nu vaak naar de grondwettelijke aspecten van wetten kijkt.

Of Remkes niet bang is dat ook zijn voorstellen in een diepe la verdwijnen? Hij is „niet pessimistisch” en wacht af. „Mij is de gave van koffiedik kijken niet gegeven.”