Economie

Een WK missen, wat kost dat eigenlijk?

Eens in de twee jaar is de Marktweg, een straat in het zuiden van Den Haag, het centrum van de Oranjekoorts. Aan iedere gevel hangt dan een Nederlandse vlag, de buitenmuren zijn ingepakt in feloranje plastic. Vol spanning wordt in die dagen toegeleefd naar halverwege juni: de dag dat het WK of EK voetbal begint.

Van een dergelijk enthousiasme is dit jaar geen sprake. Aan de vooravond van het WK in Rusland is het in de Marktweg akelig leeg. En ook elders in Nederland leeft de mondiale titelstrijd amper. Als Oranje niet meedoet, vinden veel Nederlanders zo’n toernooi een stuk minder leuk.

Een WK of EK mét Nederlands elftal levert winkeliers over het algemeen een mooi extraatje op. Voetbalfans kopen dan een nieuwe televisie en schaffen voor de zekerheid nog snel een oranje hoed of shirtje aan. Ook willen ze tijdens de wedstrijden iets drinken en snacken.

Loopt het Nederlandse bedrijfsleven nu geld mis, doordat Nederland niet meedoet? En om hoeveel gaat dat dan?

Peter Hein van Mulligen, hoofdeconoom van het Centraal Bureau voor de Statistiek, vindt het moeilijk daar een exact getal op te plakken. Het statistiekbureau heeft eigenlijk nog nooit onderzoek gedaan naar de economische effecten van WK-deelname, zegt hij.