Sport

Waar blijft de nieuwe Arjen Robben?

Het uitzicht is weids, het landschap kleurt FC Groningen-groen, koeien grazen, de akkers ogen nat, aardappels moeten nog gerooid worden. Onnen, Essen, De Poffert, Adorp, Bedum heten de plaatjes en gehuchten, hier in de periferie van de stad Groningen.

Arjen Robbens achterland. Daar waar hij, onverzadigbaar talent, rond de eeuwwisseling tot wasdom kwam.

Robben is nooit echt een Nederlandse speler geweest, schreef de vooraanstaande (sport)journalist Simon Kuper in een analyse voor de Amerikaanse sportsite ESPN, na Oranjes mislukte WK-kwalificatie en het afscheid van de aanvoerder dinsdag tegen Zweden. Hij groeide op in een geïsoleerde plaats niet ver van de Duitse grens, was het enige lokale talent, zonder professionele coaches in de buurt, schrijft Kuper. „Hij was vrij om te dribbelen.”

Als Robben in het westen van het land was opgegroeid, zou Ajax of Feyenoord hem hebben opgepikt en zou hem daar in de jeugdopleiding verboden zijn te dribbelen, betoogt Kuper. „Robben werd Robben omdat hij aan het Nederlandse systeem wist te ontsnappen.”

In een toelichting zegt Kuper dat het zijn observatie betreft en dat Robben dit in 2015 in een interview met podcast Men In Blazers heeft bevestigd. Niemand in Bedum vertelde hem te dribbelen, zegt Robben in het interview. „Het is een talent dat je hebt gekregen.”

De Robben-directielounge

Het is een interessante gedachte, ook gezien de offensieve machteloosheid van het Nederlands elftal en het vele ongevaarlijke balbezit, zoals dit weekeinde beschreven in NRC. Het is een combinatie van: te statisch, te veel systeemdenken, te weinig avonturisme, te veel team, te weinig individu. Gaan de Robbens in de dop verloren in dit Nederlandse voetballandschap? Of worden zij niet meer geboren?

Zondagmiddag, twee uur voor FC Groningen-AZ (1-1). Algemeen directeur Hans Nijland van Groningen zit in de ‘Arjen Robben-directielounge’ in het Noordlease Stadion. Afbeeldingen van de speler sieren de ruimte, shirts van zijn clubs hangen aan de muur. Speciale gasten verblijven in deze lounge. De ouders van Robben zijn hier gastheer en -vrouw bij wedstrijden – en ook gekleed in clubkostuum. Nijland heeft regelmatig contact met Robben, kent het gezin en bezoekt ze soms in München.

Zestien was Robben toen zijn eerste duel als basisspeler begon bij FC Groningen, tegen Feyenoord in het oude Oosterparkstadion. Spits Martin Drent raakte die week geblesseerd op een training, coach Jan van Dijk vroeg aan Nijland „dat kleine ventje uit de A1 onmiddellijk te bellen”. Nijland: „Hij werd door zijn vader gebracht en heeft nog tien minuten meegetraind. De volgende dag was zijn directe tegenstander Kees van Wonderen. Hij speelde fantastisch.”

Groningen won met 1-0. „Na die wedstrijd werden we helemaal scheel gebeld door zaakwaarnemers”, zegt Nijland. En er was interesse van Ajax, Feyenoord, PSV en clubs uit Engeland en Spanje. Vader Hans Robben, toen jeugdtrainer bij de club, maakte duidelijk: de volgende stap die Arjen gaat maken is PSV. Een stabiele, rustige omgeving. En zo geschiedde.

Lees ook: Met Arjen Robben was er altijd hoop.