Tech

Autisme was de schuld van de ‘ijskastmoeder’

‘Ik wist wel dat ik een dreun van de molen had gehad, maar ik wist niet welke”, zegt Joan van Rhede in de sterke aflevering over autisme van Andere tijden (NTR) zaterdag. We zien hem in zijn kamer: een grote spoorkaart van Nederland aan de muur en meters aan atlassen, spoorboekjes en reisgidsen op zijn boekenplanken. „Soms wil ik uitzoeken waar Gasselterboerveenschemond ook alweer is. Dat is de langste plaatsnaam van Nederland,” Joan pakt een atlas. „En Ee, dat is de kortste.”

Het kan aan mij liggen, maar soms denk ik dat geluk er zo uitziet: leven in een kamer vol atlassen en dan af en toe opzoeken waar het buurtschap Raar ook alweer ligt.

Maar dat geluk was in de jaren vijftig en zestig niet gewoon. Een halve eeuw geleden wist amper een onderzoeker wat autisme was. Een van de eerste Nederlandse specialisten, Ina van Berckelaer, vertelde hoe ze begin jaren zeventig 75 autistische kinderen nodig had voor haar onderzoek: ze kon ze bijna niet vinden. In 1976 kreeg 1 procent de juiste diagnose van de huisarts – en 99 procent dus niet. In deze eeuw heeft naar schatting 4 procent van de 3-12 jarigen een storing in het autismespectrum (zoals ook Asperger en PDD-NOS), daardoor wordt de erfelijke aandoening soms weggezet als modeziekte.