Politiek

16 jaar vastlopen en lostrekken

Na 16 jaar, zo’n 100 miljoen euro belastinggeld en 25 evaluatierapporten kan de modernisering van de landelijke registratie van persoonsgegevens opnieuw beginnen. Voor de derde keer. Op 5 juli stopte minister Ronald Plasterk (PvdA) het project toen het wéér langzamer en duurder bleek dan begroot.

Maar de werkelijkheid valt niet te negeren: het huidige landelijke systeem kan volgens schattingen nog maximaal vijf jaar mee, is duur om te onderhouden en moeilijk te repareren. Ook komen steeds nieuwe wensen over welke gegevens geregistreerd moeten worden. De oude systemen kunnen dat slecht aan. In het basisregister wordt onder meer bijgehouden wanneer iemand verhuist, trouwt of een kind krijgt.

Grote gemeenten zijn het niet eens met het besluit van Plasterk om te stoppen en werken aan een doorstart die geen doorstart mag heten. Hun hoop is dat een project dat minder groots in zijn opzet is wél slaagt.

Ook de nieuwe coalitie wil ‘iets’. In het nieuwe regeerakkoord staat dat de Basisregistratie Personen moet worden gemoderniseerd, net nu de modernisering ervan is stopgezet.

Kamerleden hielden zich tijdens een debat vorige week vooral bezig met de schuldvraag. Hoe kon het toch zo misgaan? Op het antwoord moeten ze nog even wachten. Plasterk had naar oud politiek gebruik in juni voorgesteld een onafhankelijke commissie naar de geschiedenis van het project te laten kijken. Die kon dan ook kritisch en onafhankelijk de rol van zijn ministerie onderzoeken. Een bijverschijnsel van deze keuze was dat Plasterk de vragen naar zíjn politieke verantwoordelijkheid kon afwimpelen met de opmerking dat hij de commissie niet in de weg wilde zitten. Wat hij tijdens het Kamerdebat dan ook consequent deed. Ook een door Plasterk beloofd feitenrelaas over het project, dat uiterlijk half september bij de Kamer had moeten liggen, heeft hij nu afgeschoven op deze toekomstige commissie. Ook bij vragen van NRC verwijst de woordvoerder van Plasterk naar deze commissie. Die is, 3,5 maand na zijn aankondiging, overigens nog steeds niet ingesteld.

Enkele Kamerleden hebben hun conclusies al getrokken: het mislukken van het project was de schuld van de ambtenaren en van de makers van de externe evaluaties die de afgelopen jaren concludeerden dat het project wel goed liep. En vooral van de ingehuurde ICT’ers, aan wie al dat geld was uitgegeven. Vanaf 2009 is minstens 48 miljoen euro meer betaald aan extern personeel dan begroot.

Vanaf 2009 is minstens 48 miljoen euro meer betaald aan extern personeel dan begroot

Andere Kamerleden wilden vooral nog eens onderzoeken waarvoor de modernisering eigenlijk nodig was geweest. Welke belangrijke dingen, vroeg Jan Middendorp (VVD), ontbraken bij het huidige systeem? Waarom moest er eigenlijk één centrale database komen, wilde Ingrid van Engelshoven (D66) weten. Waarom kon het niet blijven zoals het was: alle gemeenten een eigen database, waarvan minimaal eens per dag één landelijke kopie wordt gemaakt voor de honderden organisaties die de gegevens gebruiken? Allemaal vragen die de afgelopen jaren al gesteld en herhaaldelijk beantwoord waren. Maar nu ligt alles dus weer open.

Elf kantjes correcties

Vragen hadden Kamerleden ook over het abrupte stopzetten van het project. Dat werd destijds ingeluid door een zeer kritisch rapport van het Bureau ICT-toetsing (BIT), dat in december was gevraagd het project te onderzoeken. Niet alleen de bouwers zelf, maar ook toekomstige gebruikers van de persoonsregistratie werden in mei overrompeld door de werkwijze en conclusies van het bureau, zeggen betrokkenen.

Een zogenoemd feitenrelaas van het BIT van een tiental A4’tjes werd door de verantwoordelijk projectmanager teruggestuurd met elf kantjes aan correcties. In het uiteindelijke advies komen toch veel van de weersproken feiten terug.

Na het feitenrelaas stelde het BIT een conceptadvies op. De zogenoemde stuurgroep, die besluiten neemt over het project, kreeg dit concept tijdens een vergadering zonder toelichting overhandigd, en moest daar direct op reageren – het rapport werd aan het einde van de vergadering weer ingenomen.

Na protest van stuurgroepleden werd een tweede vergadering gepland, nu met de baas van het BIT, Hans Wanders, die ook de hoogste ambtenaar van de rijksoverheid is op automatiseringsgebied. Wanders had nauwelijks antwoord op vragen van de stuurgroepleden, zeggen betrokkenen.

Leden van de stuurgroep, waarin ook hoge ambtenaren van Plasterk zitten, stuurden een uiterst kritische reactie naar het BIT, maar die werd uiteindelijk niet overgenomen door de minister. Zowel het feitenrelaas als de reactie op het conceptadvies van het BIT is door NRC ingezien.

Het BIT oordeelde kort daarop keihard: de nieuwe centrale bevolkingsregistratie zou op z’n vroegst medio 2023 zijn geïmplementeerd en zou nog eens 225 miljoen euro belastinggeld kosten.

Opvallend in deze kostenraming is dat een groot deel van het geld zou opgaan aan het in beheer nemen van de nieuwe software door de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, die ook onder Plasterk valt. Deze Rijksdienst, die wordt gezien als tegenstander van de nieuwe persoonsregistratie, verhoogde zijn inschatting van de beheerkosten van 55 naar 134 miljoen euro vlak voordat het BIT-advies afkwam, blijkt uit interne stukken in handen van NRC. Ook meldde het BIT kosten die niet onder het project vallen, maar die gemeenten zouden moeten maken.

Lees ook het nieuwsbericht: Rapport over basisregistratie ‘ondermaats’