Politiek

Nieuw kabinet zoekt vrienden: lokale overheden op bezoek

Ze mogen eindelijk langskomen bij de kabinetsformatie: de lokale overheden. Donderdagochtend worden in de Stadhouderskamer drie koepelorganisaties bijgepraat over het regeerakkoord: de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UvW).

Een beleefdheidsbezoek? Zeker niet. De komst van de lokale belangenbehartigers is om twee redenen interessant. Om te beginnen is het een teken dat de formatie eindelijk zijn einde nadert. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie zullen deze uitnodiging pas willen versturen als ze min of meer weten waar ze geld aan gaan besteden – dus ook hoeveel ze in petto hebben voor de lagere overheden.

Daarnaast zijn de partijen aan de formatietafel nog op zoek naar extra steun voor hun plannen. In zowel in de Tweede als Eerste Kamer leunen ze straks op de krapst mogelijke meerderheid van één zetel. Vorige week klapten de onderhandelingen tussen vakbonden en werkgevers over een sociaal akkoord, waardoor Rutte III straks geen brede steun heeft in de polder voor maatregelen op de arbeidsmarkt. Ook nog eens mot met de lokale bestuurders zou de uitgangspositie nóg minder benijdenswaardig maken.

Toch is het de vraag of de aanstaande coalitie de gemeenten, provincies en waterschappen te vriend kan houden. Die komen namelijk voor extra geld. Het belangrijkste punt dat donderdag ter tafel zal komen, is het Gemeente- en Provinciefonds. Dat wordt gevuld volgens het zogenaamde ‘trap op, trap af’-principe: groeit het nationaal inkomen, krijgen gemeenten en provincies automatisch ook meer geld.

Dat is de komende jaren het geval, door de stevige economische groei. Maar de gemeenten en provincies willen méér. Ze hebben er de afgelopen jaren belangrijke taken bij gekregen, zoals jeugdzorg en de langdurige zorg. Extra verantwoordelijkheid vraagt om extra geld, zo is de redenering. Een ander belangrijk punt: van de plannen van Rutte II om gemeenten en provincies te laten fuseren, kwam niets terecht – maar de bezuiniging die ermee gepaard ging, staat nog altijd in de boeken. Weg ermee, vinden ze.

Vier partijen willen bezuinigen

De kans is klein dat ze hun zin krijgen. Gemeenten en provincies, zo klinkt het laconiek, willen nu eenmaal áltijd meer geld. VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben alle vier in hun verkiezingsprogramma een bezuiniging ingeboekt op decentrale overheden, oplopend tot 900 miljoen euro per jaar.

De komende jaren is er weinig geld te besteden, zeggen de onderhandelende partijen, en er ligt al een uitgebreid financieel wensenpakket. Meer geld naar zorg, onderwijs en defensie. Lastenverlichting voor burgers. Investeringen in klimaatbeleid en energietransitie. Extra geld voor lokaal bestuur heeft dan niet bepaald prioriteit.

De lagere overheden hebben nog één belangrijke stok achter de deur, hopen ze. Over een half jaar zijn er gemeenteraadsverkiezingen. Informeel zal de druk van wethouders en burgemeesters van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie op de formatietafel dus groot zijn. Hoe moeten zij straks aan de kiezer uitleggen dat hun partijen vanuit Den Haag de steden en dorpen afknijpen?

Leidt deze lobby – in de Stadhouderskamer en achter de schermen – tot niets, dan heeft Rutte III straks ook lokaal weinig vrienden.