Buitenland

‘Ik wil niet opnieuw de schaduw in’

De wetenschap dat het land dat je thuis is, dit morgen misschien niet meer zal zijn.

Jung Rae Jang kan zich nog goed voor de geest halen hoe het voelde om een immigrant zonder papieren te zijn in de VS. Constant gespannen. Het is een gemoedstoestand waarvan hij dacht definitief afscheid te hebben genomen sinds de invoering van het Deferred Action for Childhood Arrivals-programma (DACA) in 2012. Tot minister van Justitie Jeff Sessions vorige week dinsdag aankondigde dat het programma over zes maanden gestopt wordt.

For all of those (DACA) that are concerned about your status during the 6 month period, you have nothing to worry about – No action!

— Donald J. Trump (@realDonaldTrump) September 7, 2017

Jang, een Koreaanse Amerikaan, keek de persconferentie thuis. Hij was in shock, vertelt hij in een Koreaanse bakkerij in de wijk Flushing in New York. „Gebeurt dit echt?” Hij voelt zich verdoofd en geïrriteerd tegelijkertijd. „Jeff Sessions irriteert me sowieso.”

Zijn joviale inborst heeft het, voor nu, even gewonnen van de onzekerheid. Jang, zevenentwintig, is een van de bijna 800.000 jonge immigranten die sinds de invoering van het DACA programma in Amerika kunnen werken, studeren en een rijbewijs halen. „Al heb ik dat laatste nog steeds niet gedaan”, lacht hij. „Het was het enige dat ik wilde toen ik zestien was en nog in Georgia woonde. Maar waar zou ik hier in New York mijn auto moeten parkeren?”

Nieuwe toekomst

Jang is vijftien als hij met zijn moeder vanuit Zuid-Korea naar Amerika komt waar zij gaat trouwen met een man waarmee ze al twee jaar contact heeft. Ze hebben alles achtergelaten en gaan een nieuwe toekomst opbouwen in Maryland. Jang: „Ze wist dat de mogelijkheden hier beter zijn. Ze heeft me nooit gepushed om hoge cijfers te halen op school, maar ze wilde wel dat ik zoveel mogelijk zou bereiken. Daarom kwamen we hierheen.” Maar eenmaal in de VS is het huwelijk snel van de baan – „zoals dat soms gaat met huwelijken” – en staan Jang en zijn moeder er alleen voor. Zijn studentenvisum en haar toeristenvisum verlopen. Toch blijven ze.

Ze verhuizen naar Georgia waar zijn moeder een baan in een sushirestaurant vindt en Jang naar de middelbare school gaat. Jangs grootste angst in die tijd is dat zijn moeder niet thuiskomt van haar werk omdat ze is opgepakt tijdens een inval van immigratiedienst ICE. „Er gingen de wildste geruchten over mensen die werden gedeporteerd.”

Jung Rae Jang is een van de 800.000 zogeheten ‘Dreamers’.Foto Anke Meijer

Als Jang – een bovengemiddelde student – zich net als zijn klasgenoten wil aanmelden voor een vervolgstudie, ontdekt hij dat de publieke universiteiten in de staat Georgia geen illegale immigranten toelaten. Jang: „Het is behoorlijk demotiverend om je te realiseren dat je opleiding stopt na de middelbare school, hoe hard je ook werkt.” Al zegt hij zich er altijd van bewust te zijn dat hij ook geluk heeft:

„Ik weet hoe ik ervoor sta. Er zijn DACA-ontvangers die twee jaar waren toen ze hierheen kwamen. Zij weten niet dat ze geen documenten hebben, tot ze hun rijbewijs willen halen of een vervolgstudie uitkiezen. Ik weet van vrienden hoe hard deze wetenschap aankomt.”

Jang en zijn moeder verhuizen na zijn middelbare school naar New York waar de Koreaanse gemeenschap groot is zodat zijn moeder makkelijk werk vindt en waar Jang zonder papieren wordt toegelaten op de universiteit. Al zal hij, zelfs in New York, zonder werkvergunning geen baan kunnen zoeken na zijn studie.

Extatisch

Dit laatste verandert als Obama in 2012 een nieuw programma aankondigt voor jonge immigranten zoals Jang. De zogenaamde ‘dreamers’. „Ik was extatisch”, herinnert Jang zich. „Eindelijk! Er gebeurt iets. Ik kan niet zomaar meer worden uitgezet. En ik kan werk zoeken.” Jang meldt zich meteen aan en drie maanden later hoort hij dat zijn aanvraag is goedgekeurd. Zijn werkvergunning volgt. „Het was alsof ik uit de schaduw stapte.”