Politiek

Eerst een AIVD-doelwit, nu een aimabel actievoerder

April 2013 worden zes beagles ontvreemd uit een proefdierencentrum in het Brabantse Escharen. De volgende dag belt Robert Molenaar de politie. Hij vertelt de beagles samen met vier anderen te hebben meegenomen. Molenaar wil de honden een beter leven te bezorgen, en is van plan zich te komen verantwoorden voor de diefstal.

„Toen we de volgende dag bij de politie kwamen, stond de hondenwagen al klaar”, vertelt Molenaar (39) drie jaar later in zijn kantoor van dierenrechtenbeweging Animal Rights, in het centrum van Den Haag. „Ze dachten kennelijk dat we de honden zouden meenemen. Maar we kwamen alleen onszelf aangeven. De beagles hadden we inmiddels bij een veilig adres ondergebracht.”

Molenaar en vier anderen werden voor inbraak en ontvreemding veroordeeld tot 48 uur taakstraf, en 3.000 euro boete als schadevergoeding voor de verdwenen beagles. „De rechtzitting kreeg veel aandacht in de media, dat was gaaf”, zegt hij. En de straf viel hem mee. „Prikken in het park, je kent het wel”. Het televisieprogramma over de inbraak van een meegereisde cameraploeg werd door een miljoen mensen bekeken. „Helemaal top.”

Molenaar en zijn beweging kwamen veelvuldig in het nieuws. Dit voorjaar trok Animal Rights aandacht met undercover-operaties in een slachthuis en kippenfokkerij in het Belgische Tielt. Dinsdag was het weer raak. Dit keer ging het om een runderslachterij in het Belgische Izegem. Beelden van een geheime camera tonen hoe werknemers runderen met een stok op gevoelige delen slaan, waaronder de anus. Een rund wordt onverdoofd gekeeld. Het bedrijf werd dinsdag op last van de Vlaamse regering meteen gesloten, al zal dat vermoedelijk tijdelijk zijn, net als in Tielt.

Meer nog dan andere dierenactivisten representeert Molenaar de veranderingen in optreden en tactiek van de beweging: minder radicaal en geheimzinnig dan vroeger, meer gericht op het publiek, en uiterst bedreven in pr-technieken.

Apen uit Mauritius

In 2007 omschreef inlichtingendienst AIVD Robert Molenaar en diens toenmalige organisatie Respect voor Dieren (RvD) nog als een gevaar voor de democratische rechtsorde. Molenaar werd met name genoemd – onder zijn alias Jan Kramer. Zo was de organisatie volgens de AIVD betrokken bij vernielingen en bedreigingen van personeel van reisorganisatie Thomas Cook. Die zou vanaf Mauritius apen vervoeren die terechtkwamen in Nederlandse proefdiercentra.

Molenaar en zijn alter ego zijn al lang verdwenen uit de AIVD-rapporten. De dienst zegt niet meer actief bezig te zijn met het monitoren van dierenactivisten. Ondertussen groeit Animal Right hard. Donaties stroomden binnen, zoals na de actie in Tielt. „Zes- à zevenhonderd donateurs gaven vijf euro of meer.” Van de donaties kon Animal Rights een kantoor huren en vijf medewerkers betalen.

Misschien belangrijker nog: Molenaar werd accepté in politieke en wetenschappelijke kringen. „Molenaar is gedreven, heeft kennis van zaken, beschikt over een breed netwerk, en gaat slim om met pr”, zegt bijvoorbeeld Tjeerd van Dekken. Het voormalig PvdA-Kamerlid leerde Molenaar kennen in de strijd tegen medische dierproeven. „Hij is niet drammerig, maar heeft wel een sterke eigen wil. Zaterdags op de markt in Groningen wilde hij bij wijze van spreken iedereen die langskwam, overtuigen van zijn standpunt.”

‘Prettige gesprekken’

Wim de Leeuw, hoofd van de Instantie voor Dierenwelzijn van de Universiteit Utrecht, nodigt Molenaar een à twee keer per jaar uit op de universiteit. „Dat zijn meestal prettig zakelijke gesprekken”, vertelt De Leeuw. „Molenaar is een aimabel persoon. Natuurlijk maakt hij zijn punten, maar hij luistert ook goed. Bovendien is hij effectief. Molenaar kiest duidelijk zijn doelen en weet iets in beweging te zetten.”

Molenaars kruistocht tegen dierproeven had succes. Vorig jaar maakte de Radboud Universiteit in Nijmegen bekend voortijdig te stoppen met proeven op resusapen. De aankondiging kwam na aanhoudende acties van Animal Rights op de stoep van de universiteit. Staatssecretaris Van Dam (Landbouw, PvdA) committeerde zich aan afschaffing van de proeven. „Het zijn successen die zowel politici als activisten als Molenaar op hun naam mogen schrijven”, zegt PvdA’er Van Dekken.

Toch zijn er ook mensen duidelijk minder blij met Molenaar en zijn club. De Universiteit Maastricht stopte in 2015 met proeven op labradors na acties van Animal Rights. In een persbericht liet de universiteit Maastricht weten dat dit gebeurde „om veiligheidsredenen”. De honden en hun verzorgers zouden door intimiderende acties van dierenactivisten „onaanvaardbare risico’s lopen” tijdens het dagelijks transport naar de speelweide. Tineke Coenen, directeur van BioXpert, een commercieel proefdierbedrijf bij Oss en twee jaar lang interim-hoofd centrale proefdiervoorzieningen in Maastricht, zei in universiteitsblad Observant: „Dan staan ze met grote bloederige foto’s voor de deur, en borden met ‘moordenaars’. Ik heb dan geen zin meer om ze op de thee-met-een-koekje uit te nodigen.” Later kwam het overigens alsnog tot een ontmoeting, zegt Molenaar. „Zonder koekje, dat wel.”

PvdA-politicus Van Dekken plaatst kritische kanttekeningen bij het inbreken in fokkerijen voor het plaatsen van geheime camera’s en het ontvreemden van dieren, zoals onlangs nog negen eenden uit een fokkerij in het Veluwse Hierden. „Ook Molenaar heeft zich te houden aan de regels van de rechtsstaat”, aldus Van Dekken. Molenaar zelf denkt daar anders over. „Zolang dieren volledig rechteloos zijn, kan die rechtsstaat niet het laatste woord zijn”, verklaart hij. „Onzin”, reageert Van Dekken. „Dieren hebben wel degelijk rechten. Niet voor niets is er de laatste jaren veel meer in de wet geregeld op het gebied van dierenwelzijn.”

Trots op haar zoon

De grenzen opzoeken, er desnoods overheen gaan, dient ook een pr-doel, maakt Molenaar duidelijk. „Onze acties moeten schuren, anders haal je het nieuws niet. Daarbij moet ik de acties wel aan mijn eigen moeder kunnen blijven uitleggen.” Aan zijn moeder zal het niet liggen, zo blijkt. Tonny Lanters, Molenaars moeder, vertelt: „Bij mij, maar ook bij mijn zoon, ligt de grens bij fysiek geweld. Maar het weghalen van dieren uit vreselijke omstandigheden zoals met die beagles, dat mag van mij. Ik ben juist trots op mijn zoon dat hij dat doet.”

Als tiener voldeed Molenaar in vrijwel alle opzichten aan het stereotype van de dierenactivist. Hanekam op het hoofd, punk-muziek in de oren, zwarte kleren aan het lijf. Als scholier wist hij voor Greenpeace het meeste geld op te halen bij een collecte. Moeder Tonny: „Hij wist het hele gezin, mijzelf, zijn twee broers en zus, ervan te overtuigen dat we geen vlees meer moesten eten.”

Geoffrey Deckers, vooraanstaand dierenactivist en mede-oprichter van Een Dier een Vriend, had Molenaar rond zijn achttiende overtuigd tegenstander gemaakt van vleesconsumptie. Molenaar werd eerst vegetariër en toen veganist. Hij sloot zich aan bij het Dierenbevrijdingsfront, dat eropuit trok om nertsen en andere dieren uit gevangenschap te verlossen. „Dat die dieren, meteen na hun bevrijding, een paar straten verderop konden worden overreden, kwam toen niet in mij op.”

Na de bevrijding van duizenden nertsen in Denemarken in 2000, werd Molenaar gepakt en veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf. Moeder Tonny vond het „vreselijk”, maar zoon Robert vond het wel meevallen. „We kregen daar vegetarisch te eten en hadden interessante gesprekken. Alleen een Afghaan die daar ook vastzat, snapte niks van ons.”

Eenmaal vrij ging Molenaar elders in Europa, zoals in België, afdelingen van dierenrechtenorganisaties opzetten. Van Britse activisten leerde hij de fijne kneepjes van het inbreken. Prikkeldraad op omheiningen onschadelijk maken door er dekens over heen te gooien, dat soort dingen. Nadat Britse activisten het lichaam van de moeder van een dierenfokker hadden opgegraven en in diens tuin hadden gedeponeerd, weigerde hij zich ervan te distantiëren. In 2008 zei hij tegen NRC: „Waarom moet ik oordelen over andere actievoerders? Ons belang is dat het goed gaat met de dieren. Het resultaat telt.”

Twee momenten zorgden voor bezinning. In mei 2007 viel een politieteam zijn huis binnen. Het was op zoek naar materiaal dat wees op betrokkenheid van Molenaar bij gewelddadige acties in die tijd. „Dat vonden ze niet, wel goede muziek waarmee ze me complimenteerden”, zegt Molenaar, die nog lag te slapen. „Ik ben daar toen behoorlijk van geschrokken.”

Het tweede moment was een gesprek op het AIVD-hoofdkwartier, naar eigen zeggen door Molenaar zelf aangevraagd. „Ik vond dat we onterecht werden gecriminaliseerd en geïntimideerd door de dienst”, vertelt hij. „Ouders van jonge mensen die als vrijwilligers met ons meededen aan voorlichtingsacties op scholen, kregen bezoekjes van hun mensen. ‘Weet u wel waar uw zoon of dochter bij betrokken is’, zeiden die. Toen ik me beklaagde bij de AIVD, hebben we een gesprek gehad.”

Eigenaars werden bedreigd

Die ontmoeting in 2008 leidde tot introspectie: „Mede daardoor ging ik me realiseren wat het effect van onze acties was”, vertelt Molenaar. „Bijvoorbeeld dat eigenaren van fokkerijen bedreigd werden, nadat wij hun namen op internet hadden gezet. We hadden niks met die bedreigingen te maken, maar werden er wel op afgerekend. Dat bezorgde ons veel negatieve publiciteit.”

Met de oprichting van de Anti Dierproeven Coalitie in 2009 – herdoopt tot Animal Rights in 2015 – maakte Molenaar een nieuwe start. De koers werd verlegd, statuten aangepast. Het verwerven van publieke steun voor het terugbrengen van de vleesconsumptie werd een van de centrale doelen. De nieuwste technologie hielp. Internet maakte dierenrechtenorganisaties minder afhankelijk van de publiciteit in gevestigde media. De website werd een lanceerplatform van undercover-beelden, vaak voorzien van het etiket ‘schokkend’. Een webcareteam speurde naar radicale reacties op social media, zoals dreigementen richting fokkers, en probeerde die te corrigeren.

Hoewel succesvol, krijgt ook deze koers kritiek. Zo beschuldigde de eigenaar van een eendenfokkerij in het Veluwse Hierden, waar Animal Rights in augustus negen eenden ontvoerde, van sterke overdrijving. „Als je elf maanden onderzoek doet, dan kan het een keer gebeuren dat er iets gebeurt, dat niet goed is”, aldus de eigenaar in de regionale pers. Molenaar riposteert: „Ons ging het niet alleen om mishandeling zoals het schoppen van eenden, maar dat eenden worden opgesloten, niet bij water kunnen, en zo snel worden opgefokt zodat ze gezondheidsproblemen krijgen.”

De voorman van Animal Rights heeft gemengde gevoelens over de acties van de laatste maanden. Dat bedrijven als het slachthuis in Tielt hun medewerkers nu beter instrueren en meer cameratoezicht toestaan, vindt hij winst. „Daartegenover staat dat zulke slachthuizen wel gewoon open blijven. Bovendien: de medewerkers die de dieren mishandelden worden daarvoor tot nu toe niet vervolgd. Dat vinden wij onverteerbaar.”