Economie

Andy Griffiths: ‘De tijd van de lezer verspillen, dat is grappig’

Al vijftien jaar maakte hij kinderboeken vol onnavolgbare verhalen en flauwe grappen en eigenlijk dacht Andy Griffiths (1961) niet dat de rest van de wereld ooit nog geïnteresseerd zou raken in zijn boeken, gemaakt met illustrator Terry Denton (1950). „Te Australisch, te onstuimig.” Maar toen kwam De waanzinnige boomhut. Een serie over twee mannetjes, Andy en Terry, die in een enorme boomhut wonen en daar boeken maken over hun avonturen. Licht anarchistische avonturen, de ene keer coherenter dan de andere, maar altijd met lol als hoofddoel en de grap als grootste goed.

Nu reist de Australiër jaarlijks wekenlang de wereld over. Hij was onlangs ook even in Nederland, waar de Boomhut-serie reusachtig populair is. Het vijfde deel, De waanzinnige boomhut van 65 verdiepingen, werd uitgeroepen tot het lievelingsboek van de Nederlandse kinderen: het won zondag de Prijs van de Nederlandse Kinderjury. En De waanzinnige boomhut van 78 verdiepingen (er komen er elk deel 13 bij) was bij verschijning, dit voorjaar, meteen het best verkochte boek van Nederland.

Andy Griffiths (1961) maakt sinds 2011 de serie De waanzinnige boomhut, samen met tekenaar Terry Denton. Sinds 1997 werken zij samen aan verschillende kinderboekenseries. Van de zeven miljoen exemplaren die de nu zesdelige Boomhut-serie wereldwijd verkocht, is bijna een half miljoen in Nederland verkocht. Afgelopen zondag kreeg het voorlaatste deel, De waanzinnige boomhut van 65 verdiepingen, de Prijs van de Nederlandse Kinderjury, in de categorie 6 tot 9 jaar.

Andy Griffiths: „Eerst leverden de boeken een klein bedrag aan royalty’s op en kwam ik rond van schooloptredens overal in Australië. Het grote voordeel daarvan was dat ik elke dag tegenover kinderen stond. Om ze aan het lachen te krijgen moest ik uitvinden wat werkt, hoe ik hun aandacht greep. De verhalen waaruit de Boomhut nu bestaat, zijn allemaal gebaseerd op de maffe conversaties met hen. Dan zei ik: ‘Nou, ik woon dus in een boomhut met een bowlingbaan.’ Zij: ‘Neeee, dat kan toch niet!’ Ik: ‘Oh jawel hoor, we bowlen de hele tijd.’ Zij: ‘Maar die ballen dan?’ Ik: ‘Ja, soms gaan er mensen dood door een vallende bowlingbal. Ze hadden beter moeten uitkijken. Iedereen weet dat je altijd boven je moet kijken.’ Zij: ‘Niet waar! Je moet altijd vóór je kijken!’”

Griffiths heeft clowneske pretoogjes, maar de 55-jarige schrijver vertelt op opvallend onderkoelde, laidback toon uitgebreide verhalen over de absurdste flauwiteiten, waarnaar hij, zo blijkt, serieuze studie heeft gedaan.

„Ik heb lange filosofische discussies over kleinigheden met Jill, mijn vrouw en onze redacteur. Over wat grappig is en of we de grappen logischer moeten maken. Daar zitten jaren studie in.”

Kinderboeken schrijven doet hij nu zijn halve leven. In de jaren tachtig was Griffiths vocalist bij twee Australische punkrockbands, Gothic Farmyard en Ivory Coast.

Het maken van deze boeken vergt een hechte samenwerking tussen jou en Terry, vermoed ik? Hoe werkt dat?

„Vroeger gingen Terry en ik samen in een afgelegen strandhuis zitten, maar we zijn inmiddels zo bedreven dat ik tien maanden werk aan een uitgedacht storyboard, en dan vult Terry een heel boek in drie weken. Bijna instinctief, hij denkt met zijn pen. Jill en ik zijn heel bewust bezig om een stevige structuur neer te zetten, zodat Terry totaal onverantwoordelijk aan de slag kan. Jill bekommert zich het meest om de emotionele betrokkenheid van de lezer. Zij zegt: ‘Hmm, jullie lijken het naar je zin te hebben, maar ik voel me als lezer buitengesloten.’ Zij weet: iets kan grappig zijn en toch het verhaal tegenwerken.”

Terry komt er dus pas op het einde bij? Dat verbaast me: de illustraties spelen zó’n grote rol.

„Nou, ik heb hem eerder al wel nodig. Bij het begin van het zesde boek vertelde ik hem bijvoorbeeld wat ik in mijn hoofd had: een filmregisseur komt naar de boomhut en Andy en Terry willen allebei graag de hoofdrol. Dus ik vroeg aan Terry: teken even de filmset waar Terry op komt rennen met zijn broek in de fik. Dat doet hij dan, en dat werd meteen fantastisch, alles wat ik nodig had om het verhaal te ontwikkelen.”

Kinderen bleven me maar vragen om een verdieping met eenhoorns, daar moest ik iets mee.

Hoe werkt dat ontwikkelen? Eerlijk gezegd lijkt het soms willekeurig, alsof het verhaal alle kanten op kan gaan – op een aanstekelijke manier, dat wel.

„Ik krijg goede ideeën door er veel te genereren. Kinderen bleven me maar vragen om een verdieping met eenhoorns, daar moest ik iets mee. Dus ik bedacht: waarom staat die broek van Terry in de fik? Doordat ze een combineermachine hebben – combinaties zijn ook een goede basis voor grappen. Dus Terry heeft een sidderaal met een eenhoorn gekruist tot een elektrihoorn, een electricorn – dat klonk goed, en dat is alle logica die je nodig hebt. Onze logica is vaak gebaseerd op klank, en of het er goed uitziet. Dat Andy boos is op Terry omdat die zijn chips heeft gepikt, leidt tot een ruimteveldslag – zoiets surrealistisch kan omdat Terry het zo tekent dat je denkt: het ziet er geweldig uit, waarom zou ik het hier mee oneens zijn?”

En billen. Simpele kinderhumor.

„Ja, er komt elektriciteit uit de elektrihoorn, daarom staan Terry’s billen in de fik. In mijn jonge jaren vulde ik hele boeken met dat type humor, billenhumor. Dat amuseerde me conceptueel: dezelfde grap op een triljoen verschillende manieren maken. Bovendien is alles met billen een gegarandeerde hit bij het publiek, bij een bepaald deel althans. Bij volwassenen wat minder, al moet je eens nagaan waar Monty Python mee wegkwam. De punkrocker in mij is daar wel blij mee.”

Lees ook: Wat is het geheim van De waanzinnige boomhut? Kul = lol.